Wat zijn de drie BENG-indicatoren?

Met ingang van 1 januari 2021 is het zo dat alle nieuwe gebouwen in Nederland zo goed als energieneutraal dienen te zijn. Dit is een direct gevolg van de Europese richtlijn die luistert naar de naam ‘EPBD’. Deze richtlijn dateert van het jaar 2010. Ook het Nederlandse Energieakkoord uit het jaar 2013 heeft haar steentje bijgedragen. Na het jaar 2020 zullen alle landen die deel uitmaken van de Europese Unie de BENG-eisen moeten volgen. Wilt u graag te weten komen wat nu precies de drie BENG-indicatoren zijn? Wij stellen ze op deze pagina graag aan u voor zodat u precies weet wat u van de BENG-eisen mag verwachten.

1.) De maximale energiebehoefte

De eerste eis waar elke nieuwbouw aan dient te voldoen vanaf het jaar 2021 heeft betrekking tot de hoeveelheid energie die is vereist om het gebouw in kwestie te kunnen verwarmen of te koelen. Voor zogenaamde utiliteitsbouw geldt dat er op dit vlak eveneens rekening wordt gehouden met de energie die is vereist voor de verlichting. De totale hoeveelheid aan benodigde energie wordt uitgedrukt in kWh per vierkante meter.

Voor woningen betekent de BENG dat er op dit vlak sprake mag zijn van maximaal 25 kWh per vierkante meter per jaar. Voor utiliteitsgebouwen ligt dit uiteraard een stuk hoger. Voor dergelijke gebouwen geldt dan ook een maximum op jaarbasis van 50 kWh per vierkante meter. Voldoen aan deze eisen lukt in de praktijk uitsluitend door het toepassen van verschillende energiebesparende maatregelen. Het gaat hierbij onder meer om:

  •  Het plaatsen van een goede isolatie;
  •  Zorgen voor een optimale luchtdichtheid;

 Naast bovenstaande spreekt het voor zich dat ook de oriëntatie van het gebouw een niet onbelangrijke rol kan  spelen. Ook hier dient dan ook bij voorkeur zeker de nodige aandacht aan te worden besteed.

2.) Het maximaal primair fossiel energiegebruik

De tweede BENG-indicator heeft betrekking tot de hoeveelheid aan energie die er is vereist om in de volledige energiebehoefte van een gebouw te kunnen voorzien. Voor deze waarde geldt dat ze eveneens wordt uitgedrukt in kWh per vierkante meter. Ze hangt in de praktijk sterk samen met de gebouwinstallaties. Denk hierbij aan verschillende onderdelen zoals:

  • De verwarming en de koeling;
  • Het warme tapwater;
  • De luchtbevochtiging en luchtontvochtiging;
  • De verlichting;
  • Mogelijke hulpenergie die wordt benut;

Let op! Veel partijen zijn zich hier niet van bewust, maar van deze waarde kan de hoeveelheid aan opgewekte energie worden afgetrokken. Met name het gebruik van zonnepanelen kan u op deze manier helpen om het maximale primair fossiel energiegebruik binnen de perken te houden. Ook deze moet in ieder geval onder de 25 kWh per vierkante meter per jaar worden gehouden.

3.) Een minimaal aandeel op vlak van hernieuwbare energie

De derde indicator die door de BENG voorop wordt gesteld heeft te maken met een minimaal aandeel in hernieuwbare energie. Van nieuwe gebouwen die worden gerealiseerd in Nederland wordt verwacht dat ze voor minimaal de helft gebruikmaken van hernieuwbare energie. In eerste instantie kan er hierbij worden gedacht aan zonnepanelen, maar er zijn ook nog alternatieve mogelijkheden. Denk op dit vlak aan windenergie en biomassa.

De drie bovenstaande indicatoren maken duidelijk dat door de EPC te vervangen door BENG de nadruk veel meer komt te liggen op het inperken van de energiebehoefte. Pas wanneer een nieuw gebouw is ontworpen met een lagere energiebehoefte kan er worden gekeken naar de omschakeling richting hernieuwbare energie. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *